Fysiotherapie Kraaijenzank

Vernieuwde website van onze praktijk, overzichtelijker en makkelijk te bedienen, op elk media te gebruiken.

Sinds 2019 krijgen COPD-patiënten fysiotherapie vanaf de eerste behandeling vergoed, in plaats van na 20 behandelingen. Maar om dat te betalen is er een maximum op het vergoede aantal keren dat je fysiotherapie krijgt. En in 2020 is die vergoeding voor bestaande patiënten substantieel verlaagd.­­

In 2018 bracht het Zorginstituut een adviesrapport uit over de vergoeding van fysiotherapie bij COPD-patienten. Dit advies was gebaseerd op een literatuuronderzoek naar de effecten van fysiotherapie bij COPD-patienten. Het advies was om voortaan fysiotherapie te vergoeden vanaf de eerste behandeling, waar tot dan toe mensen de eerste 21 behandelingen zelf moesten betalen als het niet uit de aanvullende verzekering betaald werd. Om de totale kosten niet te laten stijgen werd ook een maximum aantal behandelingen voorgesteld. In de wetenschappelijke literatuur was er geen onderzoek te vinden dat bewees dat een hogere frequentie fysiotherapie leidde tot betere resultaten. Er was overigens ook geen onderzoek dat bewees dat het geen extra effect had. 

De minister heeft dit advies overgenomen. Henk van Gerven van de SP heeft twee keer eeen motie ingediend om de invoering van dit maximum te voorkomen, maar daar kreeg hij onvoldoende steun voor.

Huidig beleid

De fysiotherapeut bepaalt of je in klasse A/B/C/D valt. Die indeling is niet precies gelijk aan de GOLD-classificering. Er wordt gebruik gemaakt van twee tests die de ernst van je COPD bepalen en er wordt gekeken naar het aantal en de ernst van de aanvallen die je in het vorige jaar gehad hebt.

Waar je precies recht op hebt verschilt tussen het eerste behandeljaar en de onderhoudfase. Ook voor bestaande patienten gold 2019 als eerste jaar, vandaar dat deze groep in 2020 nog verder daalt in de vergoede frequentie van behandelingen. Het maximale aantal behandelingen is daardoor gedaald van 70 naar 52 (dus eens per week). De minst ernstige groepen krijgen 0 en 3 keer vergoed in de onderhoudsfase.

Zat je in 2019 in klasse C/D dan kreeg je 70 behandelingen vergoed? Dat worden er in 2020 52 als je tenminste in 2019 2 of meer longaanvallen hebt gehad of 1 longaanval leidend tot ziekenhuisopname. Stel dat je het hele jaar 2019 stabiel bent geweest zonder een longaanval, dan krijg in 2020 nog maar 3 behandelingen in het hele jaar vergoed, want je zit dan in klasse B.

Bij Radar presenteert de Vereniging voor Fysiotherapie en Wetenschap nieuw onderzoek naar de groep die in 2019 al minder fysiotherapie vergoed krijgt. 

Voor het onderzoek volgden Martin Keesenberg en zijn mede-onderzoekers 344 patienten met zware tot zeer zware COPD (GOLD-klasse III en IV), waarvan 281 gedurende de volledige duur van het onderzoek. Gedurende heel 2019 is deze groep gevolgd. Een deel van die groep kreeg per 2019 nog maar een keer per week fysiotherapie vergoed, een deel kreeg twee keer per week vergoed. Er bestaat een substantieel verschil tussen deze groep in exacerbaties (aanvallen), antibioticumkuren, hospitalisaties en ligdagen en het
ziekenhuis. Kortom: patiënten die teruggaan in frequentie van fysiotherapie krijgen meer aanvallen en hebben meer intensieve zorg nodig.

Conclusies van de studie

De toename van het aantal excerbaties leidt tot een sterkere achteruitgang van de longfunctie van de patiënt met COPD op de langere termijn.

Wij verwachten dat de patiënt met COPD door deze maatregel een slechtere gezondheidstoestand en kwaliteit van leven zal krijgen. 

De Vereniging Fysiotherapie & Wetenschap verwacht met het toegenomen aantal hospitalisaties en ligdagen in het ziekenhuis dat er een toename van zorgkosten bij deze patiënten met COPD zal ontstaan. 

'Patiënten zouden lijden'

Martin Keesenberg is de voorzitter en oprichter van de Vereniging Fysiotherapie & Wetenschap. Hij is daarnaast behandelend fysiotherapeut in Leiden. Hij heeft dit onderzoek uitgevoerd omdat hij de sterke indruk had dat zijn patiënten zouden lijden onder het door de overheid ingestelde maximum op de vergoede frequentie van fysiotherapie. 

Het huidige beleid leidt ertoe dat er een soort straf zit op therapietrouw. Als je je klachten door alles trouw te doen onder controle weet te houden, krijg je minder recht op fysiotherapie. Je revalideert, dan gaat het goed, je bouwt af, dan krijg je een nieuwe indicatie, waardoor je minder therapie krijgt en het weer slechter gaat.

Keesenberg heeft niet een probleem met een maximum in de frequentie. Voor bijna alle patienten is twee keer per week voldoende. De gemiddelde frequentie per week was voor de nieuwe maatregelen 1,9 keer. Er is een kleine groep die baat heeft bij drie keer per week.

Therapie is revalidatie, functionele krachtsoefeningen met bewaking zuurstof en vormen van inspanning. Je bewaakt functies zodat er geen celschade optreedt. De therapie van Keesenberg vindt plaats in groepsverband. Daarom zijn de kosten laag, per keer ongeveer 20 euro per patient. Voor 2000 euro per jaar krijgt een patient dus twee keer per week fysiotherapie. 50-60.000 mensen hebben ernstige COPD. Niet iedereen komt bij de fysiotherapeut. 

Rondetafelconferentie

Deze standaard beschrijft wetenschappelijk bewezen manieren waarop zorgverleners een actieve leefstijl en fitheid van mensen na de diagnose kanker kunnen bevorderen. Ook wordt de wetenschappelijke onderbouwing gegeven van de voordelen van lichaamsbeweging voor preventie, behandeling, herstel en betere overlevingskansen. 

Gerichter trainen
Volgens prof. dr. Anne May zijn de nieuwe aanbevelingen voor bewegen veel specifieker dan de informatie die tot nu toe beschikbaar was. ‘Hierdoor kunnen we patiënten gerichter laten trainen wat kan leiden tot sneller herstel. Ook weten we nu beter welke bewegingsprogramma’s we patiënten kunnen aanbieden om bijwerkingen van de behandeling, zoals vermoeidheid, te voorkomen of verminderen en te zorgen voor een snellere revalidatie.’

Fysiotherapeuten met expertise op gebied van kanker
De volgende stap is om deze bewegingsprogramma’s bij de patiënt te krijgen. Dr. Martijn Stuiver: ‘In de nieuwe aanbevelingen worden artsen en verpleegkundigen opgeroepen om lichaamsbeweging structureel te bespreken met patiënten en hen indien nodig te verwijzen. Patiënten worden tijdens en na hun behandeling nu nog onvoldoende doorverwezen, terwijl er wel beweegprogramma's voorhanden zijn. Nederland heeft een sterk netwerk van fysiotherapeuten met expertise op het gebied van kanker.

Dit zijn enkele van de bevindingen:

  • Beweging verlaagt het risico op zeven veelvoorkomende vormen van kanker: dikke darm, borst, endometrium, nier, blaas, slokdarm en maag.
  • Door te bewegen kunnen patiënten hun overlevingskansen vergroten na de diagnose borst-, dikkedarm- en prostaatkanker.
  • Lichamelijke activiteit tijdens en na de behandeling van kanker helpt vermoeidheid, angst en depressie tegen te gaan, draagt bij aan een betere fysieke gesteldheid en kwaliteit van leven en leidt niet tot een toename van lymfoedeem.

De 3 papers
Het uitgebreide onderzoek en de aanbevelingen staan in drie academische artikelen.
Paper 1 over werkingsmechanismen van bewegen bij kanker
Paper 2 over effecten van bewegen bij kanker
Paper 3 over de implementatie van bewegen bij kanker

 

 

De stijging van kosten voor fysiotherapie is een mythe

‘De kosten voor fysiotherapie stijgen!’ Althans, dat hardnekkige geluid horen we van verschillende kanten. Het is een stelling die gepresenteerd wordt als een probleem dat verklaard en opgelost moet worden. Dat hoeft helemaal niet, want het is niet waar! Hierbij de feiten.

De feiten

De kosten voor fysiotherapie schommelen al jaren rond de 1,5 miljard. Daarvan komt ongeveer een 0,5 miljard ten laste van de BV en ongeveer 1 miljard ten laste van de Aanvullende Verzekering (av). In absolute bedragen is er wel sprake van een lichte stijging, maar die is ongeveer gelijk aan de inflatie. Fysiotherapie is ook maar een kleine kostenpost in de totale zorgkosten.

Afgelopen jaar is fysiotherapie voor claudicatio, artrose en COPD weer in de Basis Vekering (bv) gekomen. De kosten daarvoor zijn mee geschoven van de AV naar de BV. Daarnaast veroorzaakt de vergrijzing een toename in de kosten in de BV. Er zijn immers meer ouderen en dat betekent: meer chronische aandoeningen.

Zorgverzekeraars Nederland  (ZN) trekt uit die trend de conclusie dat de kosten voor fysiotherapie zijn gestegen. Dat is logisch als je bedenkt dat ZN zich alléén bezig houdt met de kosten die vallen onder de Zorgverzekeringswet (en de WLZ), dat wil zeggen: kosten die in de basisverzekering vallen. Een stijging van kosten voor fysiotherapie in de BV leidt bij ZN dus logischerwijs tot de reactie: we  zien een kostenstijging dus moeten we maatregelen nemen. Dat het slechts een verschuiving van kosten van AV naar BV is, dat die stijging leidt tot minder kosten elders in de keten en dat die verschuiving een gevolg is van een bewuste beleidskeuze om de totale zorgkosten gunstig te beïnvloeden, zie je niet terug in de reactie van ZN.

Bij de individuele zorgverzekeraars speelt iets anders. De kosten voor fysiotherapie in de AV zijn in 2017 licht gedaald. De marges van zorgverzekeraars op de AV nemen desondanks af. Dat komt doordat steeds meer mensen met een aanvullende polis alleen zorg verzekeren waarvan ze verwachten die nodig te hebben. Verzekeraars hebben dus steeds minder mensen met een aanvullende verzekering die géén kosten declareren. Binnen de AV is fysiotherapie relatief een grote kostenpost omdat de meeste mensen een aanvullende verzekering juist afsluiten voor fysiotherapie. Zorgverzekeraars zeggen dan dat de kosten stijgen, terwijl ze bedoelen dat ze minder winst maken op de AV. Daarom leggen de verzekeraars druk op de tarieven fysiotherapie en de behandelaantallen per patiënt. Daarom ook hun voortdurende en indringende roep om grotere doelmatigheid, een uitbijtersbeleid en vermindering van het aantal fysiotherapeuten.

Fysiotherapeuten verdienen in dit verband een compliment van de zorgverzekeraars. Ze hebben bijgedragen aan de verkoopbaarheid van de AV en de marge daarop voor zorgverzekeraars. Ze zijn meer mensen gaan behandelen, maar geven minder behandelingen per patiënt. Tegen tarieven die ondanks fors gestegen kosten en inflatie al jaren nagenoeg niet zijn aangepast. En toch blijft de patiëntwaardering onder die extreme druk ongekend hoog.

Als mythes het logisch denken verdringen, dan kùn je niet tot reële oplossingen komen. Want mythes belemmeren het zicht op de realiteit en staan daarmee echte oplossingen in de weg. Of erger: de beste zorg aan patiënten. Dan kan het niet anders dan dat beroepsgroep en vereniging zich roeren. Hoogste tijd om de mythes de wereld uit te helpen en op basis van reële feiten over echte oplossingen te gaan praten.

 

Bron Kngf

Aanpassing tarief fysiotherapie 2020 van CZ stelt teleur

Deze week hoorden we dat de contracten 2020 van CZ, OHRA en NN verstuurd zijn aan alle praktijkhouders. Daarin wordt duidelijk dat CZ in aanloop naar het kostprijsonderzoek geen gehoor geeft aan de eis om de tarieven 2020 fors te verhogen.